Interview

By , September 8, 2009 12:26

De stem moet vrij voelen

Interview, door Pauline Micheels

Gepubliceerd in de Volkskrant op 10 augustus 2000

Ze leek voorbestemd voor een mooie zangcarrière. Henny Diemer emigreerde na de oorlog naar Canada, en belandde in een benauwd christelijk milieu. Toch ging ze naar het conservatorium van Toronto en musiceerde met Glenn Gould, die ‘reuze aardig’ was. Tegenwoordig wordt de pedagoog op handen gedragen door leerlingen en collega’s van het conservatorium in Utrecht. Henny Diemer kweekt er zangers, die opvallend vaak in de prijzen vallen.

hennydiemer

‘RUST, meer rust nemen, houd de toon bij je en let op de tekst: Il est ici.., maar ik zie niets’, roept Henny Diemer. Ze zit op een tafeltje aan de zijkant van het podium en geeft aanwijzingen. Soms zingt ze voluit een paar noten voor. Isabelle heeft net de sopraan-aria laten horen uit Carmen van Bizet. ‘Op je heupen ademen en ontspannen, anders ben je meteen kapot. En geen haaltjes. Die Carmen-aria’s worden zó onderschat, ze zijn vreselijk moeilijk.’

Zaal 108 van het conservatorium in Utrecht. Henny Diemer geeft les aan een stuk of tien studenten. Drie jongens, de rest meisjes. Sommigen studeren pas een jaar bij haar, anderen al veel langer. Het is de laatste dag van een projectweek, en tegelijk de afsluiting van het schooljaar. Zo’n week organiseert zij een paar keer per jaar. De studenten werken aan allerlei facetten van de zangkunst, en ‘s avonds is er balletles. Alles onder leiding van vakkrachten, meestal van buiten het conservatorium, die daarvoor niet extra betaald krijgen.

Henny Diemer – klein, tenger, mooie witte linnen broek met blouse – heeft er duidelijk plezier in. Bij haar geen spoor van vermoeidheid, bij de studenten wel. Esther (hoge sopraan) is de volgende die gaat zingen. Een aria uit Les Huguenots van Meyerbeer, waarin een page een bericht aan de Seigneur moet brengen. ‘Pas op’, zegt Diemer, ‘altijd contact houden met je publiek. En geef gestalte aan wat je denkt.’

Sinds een jaar of tien leidt Henny Diemer op het Utrechts Conservatorium hoofdvakleerlingen zang op. Met opvallend groot succes. De ene na de andere (oud)leerling valt in de prijzen. Margriet van Reisen (29), eerder al winnares van de persprijs op het Vocalisten Concours in Den Bosch en de eerste prijs in de Schubert Competition Guildhall in Londen, werd onlangs tijdens de finale van het prestigieuze Koningin Elizabeth Concours in Brussel verkozen tot een van de zes laureaten. Haar collega Hans Voschezang (30) was daar halve finalist.

Twee nog niet afgestudeerde studenten (beiden behaalden eerste prijzen op het Jong Talent Nederland Concours) doen het ook erg goed. Tomoko Mackuuchi is net aangenomen in de Studio van de Opera Chatelêt in Parijs als understudy van een van de grote sopranen daar. En de jongste, Tania Kross (23), won niet alleen de eerste prijs op het Christina Deutekom Concours (drie van de acht halve finalisten waren leerlingen van Henny Diemer), onlangs werd ze op de televisie uitgeroepen tot winnares van de NPS Cultuurprijs.

Ze dragen hun lerares op handen. ‘Henny’ wordt geprezen om haar tomeloze inzet en haar geduld, om haar inzicht in de verborgen mogelijkheden van een stem én haar vermogen zo’n stem tot ontwikkeling te brengen.

Dat ze zangpedagoog zou worden, had ze nooit gedacht. Als meisje van zes zei ze al tegen de juf op school dat ze zangeres wilde worden. Ze had een grote verbeelding, waarmee ze mensen kon raken. Wilde altijd de hoofdrol in toneelstukjes spelen. En toen ze een jaar of tien was, mocht ze meerdere keren helemaal naar Hilversum om voor de radio te zingen. Solo, met een koortje achter zich. Later droomde ze ervan als operazangeres op het toneel te staan. Net als de beroemde Lily Pons, die ze op de radio hoorde en dan nadeed.

In de omgeving van Groningen groeide ze op, haar ouders waren streng gereformeerd. ‘Mijn moeder kon heel goed tekenen’, zegt ze, ‘vooral modetekenen. Maar ze heeft haar talenten nooit kunnen ontwikkelen, dat was ongepast in dat calvinistische milieu. Toen ik me dat realiseerde, heb ik me voorgenomen door te zetten, hoe dan ook.’

De oorlog en het verzetswerk van haar vader drukten een belangrijk stempel op het gezin. Haar vroegste herinneringen zijn oorlogsherinneringen – lawaai, vliegtuigen. Nog steeds is ze er allergisch voor. ‘Mijn vader was het prototype van de verzetsman. Een autoritaire man, een doener. De meest gevaarlijke opdrachten voerde hij uit, terwijl mijn moeder thuis zat met vijf kinderen. Mijn vader trok sterk naar mij, misschien omdat ik het eerste meisje was. Na de oorlog kon hij zijn draai niet meer vinden. Hij kreeg steeds meer het gevoel, dat belangrijke NSB-ers weer op hoge posten kwamen, en dat kon hij absoluut niet aan.’

In 1950 emigreerde het gezin naar Canada. Ze vond het vreselijk. ‘Op highschool trok je alleen met andere arme immigranten op, de Canadese kinderen gingen niet met ons om. Zij voelden zich ver boven ons verheven. Dat christelijke immigrantenmilieu, dat was het ergste wat ik heb meegemaakt. Intens benauwend. Toen ik zei dat ik zangeres wilde worden, kwamen de ouderlingen van de kerk me vertellen wat voor verschrikkelijks ik mijn ouders aandeed.’

Muziek was haar troost. Maar hoe moest je het aanpakken om zangeres te worden? Haar omgeving wist alleen wat van kerkmuziek, verder niet. Een paar maal liftte ze naar New York. Urenlang zat ze op de trappen van de Metropolitan Opera, in de hoop dat iemand haar zou ontdekken.

Of ze glipte weg uit de kerk en ging naar de Russisch Orthodoxe Kerk en de Baptistenkerk. ‘Misschien ligt dáár wel de oorsprong van mijn passie voor de opera, en voor iemand als Tina Turner. Bij de Baptisten voelde ik me helemaal thuis. Die mensen zongen uit het hart. ”Are you saved?”, vroegen ze. En dan zei ik: ”Yes”. Ze riepen: ”Praise the Lord”, en klapten in hun handen.’

Zodra ze highschool had afgerond, stapte ze naar het conservatorium in Toronto. Ze zong voor en werd aangenomen bij Lois Marshall, een beroemde zangeres die als gevolg van polio in een rolstoel zong. Marshall zag meteen haar mogelijkheden en belde haar vader op om te vertellen dat zijn dochter een groot talent was. Teresa Stratas was toen net klaar met haar opleiding in Toronto.

Twee jaar later ging Diemer voor het eerst terug naar Nederland. Gratis met de Holland Amerika Lijn; als tegenprestatie zong ze, drie maal per dag. ‘s Ochtends in de kerkdienst, ‘s middags bij de thee Franse chansons, en ‘s avonds een klassiek concertje. Zeker een keer of tien is ze op die manier heen en weer geweest.

Haar ouders waren onderhand verhuisd naar Edmonton. Ze kreeg er zangles van een vriendin van Peter Pearce. Daar ook zong ze haar eerste operarol, het zandmannetje in Hänsel und Gretel. En in de muziekwinkel waar ze werkte, ontmoette ze de pianist en befaamde Bachvertolker Glenn Gould. ‘Een wonderlijke man met een tik van de genialiteit. Maandenlang heeft hij mij begeleid, alle liedcycli hebben we samen gedaan. Voor mij was hij reuze aardig. Ik ben er nooit achter gekomen of het van hem een muzikale belangstelling was of iets anders. Als hij een concert gaf, moest ik op de eerste rij gaan zitten. Soms denk ik dat ik een soort muze voor hem was.’

Zingen in Nederland, dat wilde ze. Henny Diemer had het in die jaren niet breed. In Groningen kreeg ze (gratis) kerkorgel- en theorieles. Als assistent leerlingverpleegster woonde ze in het Diakonessenhuis. Er heerste een streng regiem, ‘s avonds mocht ze het gebouw niet uit. Maar juist dan moest ze wel eens optreden. Eén jurk had ze, en met aan elkaar geknoopte lakens klom ze uit het raam.

Later auditeerde ze op het Amsterdamse Conservatorium. Ze wilde haar opleiding afronden bij de bekende zangeres Annie Hermes. ‘Het was pure armoede. Via een neef had ik een kamertje gekregen in het Oude Mannenhuis aan de Marnixstraat. Daar leefde ik op melk en brood. Studeren kon ik er niet, daar leed mijn zang toch wel erg onder. Annie Hermes was een fantastisch mens, heel erg betrokken. Ze zag hoe belangrijk dat zingen voor mij was. Ze zei altijd dat ik dat talent niet voor niets had gekregen.’

Midden jaren zestig vestigde ze zich in Utrecht. Haar Nederlands/Canadese echtgenoot had aanvankelijk wel begrip voor haar zangbehoefte en haar droom om operazangeres te worden. Maar in de praktijk leidde dat toch tot problemen. Bovendien waren er drie kinderen groot te brengen. Toen het huwelijk strandde, besloot Diemer alsnog haar solistenexamen te doen.

‘Ik heb in die jaren toch heel veel concerten gegeven’, zegt ze, ‘maar opera was niet te doen, gezien de omstandigheden. Ik had hier geen familie om op terug te vallen, en financieel was het nog steeds moeilijk. Annie Hermes stuurde me geld, zodat ik af en toe lessen kon nemen. Ik stond er letterlijk alleen voor, dus greep ik alle mogelijkheden aan die mij dicht bij huis geboden werden. Ik zong vaak in kerken, Bachcantates, geestelijke muziek. Maar toen kwam die oudemuziekpraktijk op en moest ik steeds lichter en kleiner gaan zingen, en zonder vibrato. Daar is mijn stem helemaal kapot van gegaan, ik ben nu eenmaal geen Emma Kirkby.

‘Een stem die het niet meer doet, is het ergste wat een zanger kan overkomen. Ze noemen dat een gat in je stem, dan slaan bepaalde noten niet meer aan. Daar word je neurotisch van. Een deel van mijn gedrevenheid komt daaruit voort. Dat ik mijn leerlingen voor zoiets wil behoeden. Met een goede technische basis zal het minder snel gebeuren, daar ben ik van overtuigd.’

Begin jaren tachtig haalde ze bij Jos Burcksen haar solistendiploma. In diezelfde periode begon ze als bijverdienste les te geven aan amateurs. Sommigen gingen zo goed zingen dat ze tot de vooropleiding van het conservatorium werden toegelaten. Ton Hartsuiker, de toenmalige directeur, vroeg haar bijvak zang te komen geven. Tegelijkertijd herstelde haar stem zich langzamerhand en kreeg ze steeds meer concert aanbiedingen.

Toen Hartsuiker haar een paar jaar later als hoofdvakleraar vroeg, moest ze kiezen. ‘Ik had plezier in het overdragen van kennis en ik zag dat het goed ging. Muziek heeft mij altijd geholpen door moeilijkheden heen te komen. Langs die weg wil ik de leerlingen iets meegeven waar ze hun hele leven wat aan hebben.’

Ze geeft les volgens de principes van het belcanto. ‘Eerst de klankopbouw: door te werken aan de plaatsing van de vocalen, en te leren op de juiste manier te ademen. Dan komt de resonans: het belangrijkste om de stem mooi en dragend te maken en het legato te laten ontstaan. Als de klinkers zitten en de stem helemaal vrij voelt, begin ik met de ademsteun.

‘Aan interpretatie ga ik pas later werken, dat hangt van de leerling af. Ik begin met een Mozartliedje, een volksliedje van Brahms, veel recitatieven. Welke emoties vertolk je daar, vraag ik dan. De vrijheid van het overdragen ontstaat vaak door andere leerlingen mee te laten doen. Ik leer ze dat je in de bocht van de vleugel moet gaan staan, dat het contact met de pianist van groot belang is. Maar ook hoe je je presenteert, je houding, je blik. Ik moet ze duidelijk maken waarom je iets doet, dat er een reden voor is.’

Henny Diemer heeft zich in de loop der jaren tot de duizendpoot van het conservatorium ontwikkeld, daar is iedereen die met haar werkt het wel over eens. Jaarlijks organiseert ze operaprojecten met de studenten, Puccini’s Gianni Schichi is nu al legendarisch. ‘Daarvoor heeft ze alles gedaan’, zegt leerling Tania Kross, ‘de zang, de regie, de decors, de kostuums, de requisieten. Ze vindt dat wij, om zanger te kunnen worden, dat allemaal moeten meemaken.’ En het was ook dankzij Diemers inzet dat er op het conservatorium een operaklas is gekomen.

De vraag is nu wat er van haar eigen zangersdroom is overgebleven. Kort nadat ze besloten had fulltime zangpedagoog te worden, zong ze met veel succes onder meer in het Requiem van Verdi en het Stabat Mater van Dvorak. ‘Ach, zulke dingen vallen altijd samen.’ En als hoogtepunt ziet ze haar hoofdrollen in twee Utrechtse operaproducties: in Suor Angelica van Puccini, daarna in Tosca. Unaniem werd ze geprezen.

Toch heeft ze geen moment spijt van haar keuze. La Diemer geniet van de mooie carrières van haar leerlingen.

Leave a Reply

Panorama Theme by Themocracy

facebook marketing